9 minuten leestijd
Een jumpers knee geeft meestal plaatselijke pijn aan de voorkant van de knie, direct onder de knieschijf. De klacht ontstaat vaak geleidelijk bij sporten met veel springen, sprinten, afzetten en landen. Ook hardlopen, traplopen en krachttraining kunnen gevoelig zijn.
Een jumpers knee wordt ook springersknie of patella tendinopathie genoemd. Bij TopFysio Leeuwarden onderzoeken we of de pijn daadwerkelijk uit de patellapees komt en welke belasting je knie op dit moment aankan. Daarna bouwen we kracht, peesbelasting en sport stap voor stap op.
Wil je weten wat verstandig is bij jouw patellapeesklachten? Maak dan een afspraak of bel 058-8446222
Je hebt geen verwijzing nodig. We reageren binnen één werkdag.

De patellapees loopt van de onderkant van de knieschijf naar het scheenbeen. Deze stevige pees brengt kracht van de bovenbeenspieren over op het onderbeen. Daardoor kun je de knie strekken, springen, afzetten en landen.
Bij een jumpers knee is de patellapees tijdelijk minder goed belastbaar. De pijn zit meestal bij de aanhechting aan de onderrand van de knieschijf. De klacht komt veel voor bij volleybal, basketbal, handbal, voetbal, atletiek en andere sporten met veel sprong- en sprintbelasting. Ook recreatieve sporters en mensen die niet springen kunnen patellapeesklachten krijgen.
De term peesontsteking wordt veel gebruikt, maar is niet altijd precies. Bij langer bestaande klachten gaat het meestal niet om een klassieke ontsteking. Daarom gebruiken zorgverleners vaak de term patella tendinopathie.
Klachten die kunnen passen bij een jumpers knee zijn:
In het begin voel je de pijn soms alleen na een training. Als de pees herhaald te zwaar wordt belast, kan de pijn ook tijdens het sporten of bij dagelijkse activiteiten ontstaan.
Nee. De precieze pijnplek, het ontstaan en de gevoelige bewegingen helpen om verschillende oorzaken van pijn aan de voorkant van de knie te onderscheiden.
Bij het patellofemoraal pijnsyndroom zit de pijn meestal rond of achter de knieschijf. Traplopen, hurken en lang zitten met gebogen knieën zijn vaak gevoelig. Bij een jumpers knee is de pijn doorgaans plaatselijker en beter aan te wijzen op de patellapees.
Osgood-Schlatter komt vooral voor bij groeiende jongeren. De pijn zit meestal lager, bij de botknobbel op het scheenbeen waar de patellapees vastzit.
Zit de plaatselijke pijn boven de knieschijf, dan kan de quadricepspees betrokken zijn. Dat is niet dezelfde plek als bij een typische jumpers knee.
Plotselinge hevige pijn na een sprong of afzet, een gevoelde knap en de knie niet meer zelf kunnen strekken passen niet bij een gewone overbelastingsklacht. Dit moet dezelfde dag medisch worden beoordeeld.
Een jumpers knee ontstaat meestal wanneer de belasting van de patellapees sneller toeneemt dan de pees kan verwerken. Dat kan gebeuren door:
Pijn onder de knieschijf komt niet altijd alleen uit de patellapees. Soms blijken triggerpoints in de bovenbeenspieren de belangrijkste of zelfs enige bron van de herkenbare pijn. In andere gevallen bestaan spierklachten en verminderde belastbaarheid van de patellapees naast elkaar. Daarom onderzoeken we de pees, de betrokken spieren, kracht, trainingsbelasting en herstel voordat we de behandeling bepalen.
Tijdens het onderzoek bespreken we waar de pijn precies zit, hoe de klacht is ontstaan en welke activiteiten de pijn oproepen. We kijken ook naar de reactie tijdens de uren na belasting en de volgende dag.
Afhankelijk van je klachten onderzoeken we:
Eén test stelt de diagnose niet. Het klachtenverhaal, de pijnplek en de reactie op belasting bepalen samen de richting. Een echo of MRI is meestal niet als eerste stap nodig. Beeldvorming kan wel zinvol zijn bij een onduidelijk klachtenbeeld, verdenking op een scheur of onvoldoende herstel ondanks een goed uitgevoerd behandeltraject.
Het herstel van een jumpers knee duurt vaak meerdere maanden. Een beginnende klacht kan sneller verbeteren als de belasting tijdig wordt aangepast. Klachten die al lang bestaan of steeds terugkomen bij sport vragen meestal een langere opbouw.
De Nederlandse richtlijn voor deze diagnose adviseert als basis twaalf weken actieve oefentherapie. De kracht van de bovenbeenspieren wordt daarbij gedurende minimaal twaalf weken geleidelijk opgebouwd. Dat betekent niet dat iedereen na twaalf weken volledig hersteld is. Terugkeer naar een explosieve sport kan meer tijd kosten, omdat de pees niet alleen sterk genoeg moet zijn voor gewone oefeningen, maar ook voor herhaalde sprongen, sprints en landingen.
Actieve oefentherapie en geleidelijke belasting vormen de basis van de behandeling. Bij TopFysio stemmen we de revalidatie af op je klachten, kracht, sportniveau en einddoel.
We bepalen welke activiteiten je kunt blijven doen en welke piekbelasting tijdelijk moet worden verminderd. Volledige rust is meestal niet nodig. Het doel is dat je actief blijft zonder de patellapees telkens opnieuw te overbelasten.
Daarna bouwen we de kracht van de quadriceps en de belasting van de patellapees op. Mogelijke oefeningen zijn een squat, split squat, leg press of knie-extensie. De oefenvorm, bewegingsuitslag, weerstand en dosering worden aangepast aan de reactie van de knie.

Langzame en geleidelijk zwaardere krachttraining heeft meestal de voorkeur. Alleen excentrisch trainen is niet aantoonbaar voor iedereen beter dan andere goed gedoseerde krachttraining.
Wanneer de basis sterker is, voegen we snellere en explosievere belasting toe. Denk aan:
De benodigde opbouw verschilt sterk. Een volleyballer of basketballer heeft meer herhaalde sprongcapaciteit nodig dan iemand die vooral wil wandelen of recreatief fietsen.
Bij sportfysiotherapie in Leeuwarden trainen we door tot je knie voldoende kracht, controle en belastbaarheid heeft voor jouw training en wedstrijd. We beoordelen niet alleen of één sprong lukt, maar ook hoe de knie reageert op herhaling, vermoeidheid en sportspecifieke belasting.

Pijn onder de knieschijf komt niet altijd uit de patellapees. Soms blijken triggerpoints in de bovenbeenspieren de belangrijkste of enige bron van de herkenbare pijn. In dat geval is er geen sprake van een patellapeesklacht die moet herstellen.
Bij een aangetoonde jumpers knee kunnen daarnaast de quadriceps, heupspieren of kuitspieren pijnlijk en gespannen zijn. Als onderzoek laat zien dat triggerpoints of verhoogde spierspanning de klachten versterken of het oefenen beperken, kan dry needling worden ingezet.
Minder spierpijn en bewegingsremming kunnen het gemakkelijker maken om te oefenen en functioneel te bewegen. Bij een daadwerkelijke patellapeesklacht behandelt dry needling de pees zelf niet en versnelt het de peesheling niet aantoonbaar. Krachttraining en geleidelijke peesbelasting blijven dan nodig.
Pijn kan ervoor zorgen dat de quadriceps minder krachtig aanspant. Als we bij het onderzoek duidelijke spierremming of krachtverlies vaststellen, kan TopFysio Leeuwarden RSQ1-elektrostimulatie aanvullend inzetten tijdens actieve oefeningen.
De stimulatie helpt de quadriceps om tijdens de oefening krachtiger aan te spannen. Daardoor kan het soms makkelijker worden om de spier- en peesbelasting gecontroleerd op te bouwen. We beoordelen het effect aan de hand van spieraanspanning, kracht, pijn en functionele oefeningen.
RSQ1 zelf geneest de patellapees niet. Er is onvoldoende bewijs dat patellapeesklachten door RSQ1 sneller herstellen. Actieve oefentherapie en geleidelijke belasting blijven de basis.
Er bestaat geen universeel schema met jumpers knee oefeningen dat voor iedereen geschikt is. De juiste oefening en dosering hangen af van de fase van de klacht, je kracht, jouw sport en wat je weer wilt kunnen.
Een afspraak is zinvol als:
Bij veel beperkingen hoef je niet eerst enkele weken af te wachten.
Laat de knie dezelfde dag beoordelen als je na een sprong een knap voelde en de knie niet meer kunt strekken of belasten. Doe dit ook bij snelle forse zwelling of een rode, warme knie met koorts.
Wil je weer springen, sprinten of sporten zonder dat de patellapees je blijft beperken? Maak dan een afspraak of bel 058-8446222.
Je hebt geen verwijzing nodig. We reageren binnen één werkdag.
Pijn voorkant knie: als de precieze oorzaak van de pijn aan de voorkant nog niet duidelijk is.
Patellofemoraal pijnsyndroom: bij pijn rond of achter de knieschijf.
Knieklachten en kniepijn: overzicht van mogelijke oorzaken en bijpassende pagina’s.
Een jumpers knee geeft meestal plaatselijke pijn aan de onderrand van de knieschijf of in het bovenste deel van de patellapees. Springen, landen, sprinten, afzetten en zware krachtoefeningen zijn vaak gevoelig. De pees kan ook drukgevoelig zijn.
Herstel duurt vaak meerdere maanden. De richtlijn adviseert minimaal twaalf weken actieve oefentherapie als basis. Klachten die al langer bestaan en terugkeer naar een explosieve sport kunnen meer tijd vragen.
Vaak kun je aangepast blijven trainen. Verminder tijdelijk de sprong-, sprint- of krachtbelasting die de pijn duidelijk verergert. Bouw deze belasting daarna geleidelijk weer op. Volledig doorgaan op hetzelfde niveau kan de klacht onderhouden, maar volledige rust is meestal ook niet nodig.
De opbouw begint meestal met goed te verdragen krachttraining voor de quadriceps en patellapees. Daarna volgen zwaardere oefeningen en uiteindelijk sprongen, landingen en sportspecifieke belasting. Welke oefening en dosering geschikt zijn, hangt af van je pijn, kracht, sport en reactie na de training.
De term peesontsteking wordt vaak gebruikt, maar bij langer bestaande klachten is meestal geen sprake van een klassieke ontsteking. Patella tendinopathie is daarom een nauwkeuriger term. De behandeling richt zich vooral op het afstemmen en geleidelijk opbouwen van belasting.
Er is onvoldoende bewijs dat een brace, tape of patellabandje het herstel versnelt. Een patellabandje kan bij sommige mensen de pijn tijdens belasting tijdelijk verminderen. Het geneest de pees niet en vervangt krachttraining en belastingopbouw niet.
Medische check en expertise: Deze pagina is opgesteld door TopFysio Leeuwarden op basis van actuele richtlijnen, wetenschappelijke literatuur en klinische expertise in fysiotherapie, sportfysiotherapie en revalidatie.
Richtlijnendatabase – Oefentherapie bij patella tendinopathie — gebruikt voor oefentherapie, krachtopbouw, plyometrie en de minimale behandelduur.
Richtlijnendatabase – Aanvullende conservatieve behandelingen bij patella tendinopathie — gebruikt voor de beperkte bewijskracht van aanvullende behandelingen.
Thuisarts – Ik heb een springersknie — gebruikt voor symptomen, zelfzorg, herstel en huisartsadvies.
Sportzorg – Springersknie — gebruikt voor benamingen, sportbelasting en medische beoordeling.
Labanca e.a. – elektromyostimulatie tijdens oefenen bij patellapeesklachten — gebruikt voor de voorzichtige positionering van elektrostimulatie als aanvulling op actieve oefeningen.
Rywacka e.a. – RSQ1-elektrostimulatie bij gezonde proefpersonen — gebruikt om de beperkte directe bewijskracht voor patellapeesherstel te duiden.